Tag Archives: design

Gaten vullen

8 Nov

gatenvullen.001

In mijn poging een overzicht te maken van mijn favoriete Design Academy eindexamen projecten van dit jaar probeer ik eerst antwoord te krijgen op de vraag waarom ik in mijn voorbereiding voor Social Design kies als eerste categorie in het 500 pagina tellende jaarboek van de Design Academy. Social Design definieer ik als het gezamenlijk transformeren van een huidige situatie in een gewenste situatie. De afgelopen dagen gaf ik voorbeelden van Fran Edgerley (ASSEMBLE) en Jeroen Everaert (MOTHERSHIP). en Theaster Gates. Vandaag wil ik het hebben over Gapfillers. Gapfillers is een organisatie gevestigd in Christchurch, Nieuw Zeeland. Wikipedia:

Christchurch (Maori: Ōtautahi) is de grootste stad op het Zuidereiland en de op een na grootste stad van Nieuw-Zeeland met ruim 380.000 inwoners.

Schermafbeelding 2017-11-08 om 04.18.19

In de nacht van 3 op 4 september 2010 deed er zich in en om Christchurch een aardbeving voor met een kracht tussen 7.1 en 7.4 op de schaal van Richter. Hierbij liepen, vooral in het centrum van de stad, veel (historische) gebouwen aanzienlijke schade op.

Op dinsdagmiddag 22 februari 2011 was er opnieuw een aardbeving in en om Christchurch. Deze beving had een kracht van 6,3 op de schaal van Richter. Hoewel de kracht minder was dan de beving van 2010 vielen er 185 doden en was de schade veel groter dan in september 2010. Zeker 800 historische gebouwen werden verwoest. De kathedraal van Christchurch is bij de beving deels ingestort.

Het laat de stad in een puinhoop achter. Nadat het eerste puin geruimd is, wordt de veerkracht van de samenleving zichtbaar. De ruimte die de ingestorte gebouwen hebben achtergelaten, biedt ruimte voor creativiteit.

In de documentaire ‘The Art of Recovery’ die ik op het Architectuur Filmfestival Rotterdam zag, zag ik dat de lege plekken naast symbool stonden voor verlies en verleden ook ruimte bood om te dansen en te tuinieren. De film laat zien hoe de publieke ruimte bottom-up opnieuw uitgevonden wordt. En stelt daar de gecentraliseerde overheidsplannen voor herstel tegenover. Hoe breng je de ziel van een stad terug na een ramp?

De ramp biedt ruimte voor initiatieven die anders nooit het daglicht hadden gezien. Ik moest bij het kijken naar de film ook denken aan het feit dat er soms iets heel ergs moet gebeuren voordat we echt gaan doen wat we belangrijk vinden. Een van de initiatiefnemers van Gap Filler verloor letterlijk al zijn bezit en voelde zich verlicht.

Gap Filler noemt zich een creatief stadsvernieuwingsinitiatief dat een breed scala aan tijdelijke projecten, evenementen, installaties en voorzieningen in de stad faciliteert.

Een van hun laatste initiatieven is een omgebouwde parkeermeter. In plaats van parkeertickets geeft hij/zij nu tips van gratis dingen die er in de buurt te doen zijn aan nietsvermoedende voorbijgangers.  De tips zijn verzameld in een online database door de locale bevolking en een prachtig voorbeeld van een poging om “wat plezier terug te brengen in de stad, mensen rond te laten hangen, ruimte te gebruiken en jezelf te vermaken. Je beter voelen en je weer met de stad verbinden.”

Wat zou jij (blijven) doen als je niets meer had?

En wat zou jij doen voor en met je stad/dorp/plek?

Of zie je er geen gat meer in?

 

 

 

De Why, How en What van Design

4 Nov

whyhowwhatdesign.001

Een van mijn favoriete definities van design is van Herbert Simon, een Amerikaanse wetenschapper. Daar kwam ik net achter toen ik op mijn blog in het zoekscherm ‘definitie design’ intikte en op ‘zoek’ drukte. Herbert Simon definieert design als volgt: “Everyone designs who devises courses of action aimed at changing existing situations into preferred ones.” Goede ontwerpers sluiten met hun ontwerpen aan bij de wensen van hun doelgroep. Goede ontwerpen raken ons. Niet alleen omdat hun ontwerpen goed werken maar omdat ze ons emotioneel raken. Positief raken. Bladerend door de eindexamen werken van de Design Academy stel ik me de vraag wat de studenten hebben ontworpen. Welke huidige situatie hebben ze getransformeerd in een gewenste situatie? Welke positieve bijdrage levert het ontwerp aan de wereld? Om antwoord te krijgen op die vraag probeer ik antwoord te krijgen op de vraag aan welke positieve emotie het ontwerp appelleert (de Why) en wat de boodschap, het verhaal (de How) is wat het ontwerp wil vertellen. En om mezelf een beetje te helpen pak ik er het positieve emoties lijstje van Barbara Fredrickson bij. Zij heeft onderzocht dat er 10 vormen van positiviteit het dagelijkse leven van mensen het meeste kleuren. Natuurlijk bestaan er meer vormen maar uit haar onderzoek blijkt dat deze het meest voorkomen:

1. Vreugde

2. Dankbaarheid

3. Sereniteit

4. Belangstelling

5. Hoop

6. Trots

7. Plezier

8. Inspiratie

9. Ontzag

10. Liefde

Kijkend naar de ontwerpen stel ik me de vraag hoe de gebruiker zich moet voelen als ze in aanraking komen met het ontwerp? Het maken van een keuze uit dit lijstje maakt al een hoop ‘los’ en bedenk ook het geen exacte wetenschap is. Ik ben niet op zoek naar de Waarheid. Ik ben op zoek naar het Waarom? Vervolgens ga ik op zoek naar de How. De boodschap die het ontwerp wil vertellen. Een boodschap die betekenisvol en relevant is voor de gebruiker. Als ik de behoefte (de Why) en de boodschap (de How) heb kan ik de vraag (de What) waar het ontwerp een antwoord op is  formuleren: “Bedenk ideeën (de What) die ……………(de doelgroep)…………………(de Why)………………(de How).”

– nieuwsgierigheid
– verbeeldingskracht
– discipline
– vasthoudendheid
en
SAMENWERKEN.
Want zo stelt de Wachter, en ik vertaal even:
Kunstgeschiedenis wordt traditioneel gepresenteerd als de maker’s individuele strijd naar zelfexpressie. De afgelopen 50 jaar echter is het aantal makers dat SAMENWERKT exponentieel gestegen. De geïnterviewde makers bieden inzichten die leerzaam zijn voor iedereen die met anderen effectief willen samenwerken aan creatieve projecten.
ellenmaradewachter
Ik wilde vandaag een werk van de Design Academy delen dat me geraakt had. In de categorie Social Design. En ik eindig met een boekentip vol inzichten over hoe makers samenwerken.
Vraag niet hoe het kan.
Maar profiteer er van.

Dutch Design Week

3 Nov

DUTCHDESIGNWEEK.001

Vorige week was het Dutch Design Week (DDW) en de komende dagen doe ik een verslag van mijn design reis in Eindhoven. Door het achteraf beschrijven van mijn avonturen met de bus in Zuid Afrika heb ik gemerkt dat ik dat een mooie manier vind om te reflecteren op wat er gebeurd is. Mijn DDW begon op zaterdag. Online kocht ik een kaartje en checkte de tijd. Op de openingsdag wil dat nog wel eens verschillen maar op mijn kaartje stond nu duidelijk van 11.00 tot 18.00:

Schermafbeelding 2017-11-03 om 06.41.50

Het plan voor deze zaterdag is dat ik alleen het boek van de afgestudeerde Design Academy studenten koop en het hele boek doorspit zodat ik de komende week goed voorbereid mijn HKU studenten kan rondleiden en zelf meer focus heb in de wereld van overvloed in Design. Ik heb geleerd dat als ik dit niet doe en me laat leiden door wat ik zie in de zalen, gecombineerd met de hoeveelheid mensen, na een half uur de neiging krijg om mensen te gaan slaan en opzij te duwen. Om 10.50 parkeer ik de auto in de parkeergarage op 300 meter van de Witte Dame en loop op mijn gemakje naar de ingang op de derde verdieping. Dat doe ik altijd met de trap omdat de lift lang duurt en meestal vol is. Als ik boven aankom staat er een student (aanname) voor de ingang en een bordje naast hem met daarop: Opening Graduation Show 13.00. De mensen voor mij stellen alle vragen en maken alle opmerkingen die ik ook wil maken met hetzelfde resultaat. Op de derde verdieping gaat de deur niet open. Met ingehouden godver de godver daal ik de trap weer af en denk dat de jongeman beter beter had kunnen gaan staan. Dat had veel mensen een beklimming gescheeld. Na de vierde trede heb ik een ingeving. De jongeman had het over een opening voor genodigden en mijn vermoeden is dat dat op de vijfde verdieping is. Ik keer om en richt mijn hoop op die gedachte. Op de vierde verdieping hoor ik een stem door een microfoon en mijn hoop op succes stijgt. Op de vijfde verdieping kijk ik het restaurant in dat vol staat met genodigden, maar veel belangrijker , ook vol met de boeken met de eindwerken. Ik ben 15 meter verwijderd van mijn doel dat slechts wordt geblokkeerd door een vrouwelijke beveiligingsbeambte. Ik versnel mijn pas, kijk haar vriendelijk aan, knik en steek mijn rechterhand in de lucht alsof ik iemand in de zaal herken. Ik ben binnen. Ongenodigd met gratis koffie en muffins. Met de lovende woorden van het hoofd van de opleiding op de achtergrond sta ik met mijn rug naar de het podium voor de counter waar de boeken worden verkocht. Het boek is dikker en zwaarder dan ooit. Mijn plan om op mijn gemakje in het restaurant met een bak koffie het werk in het boek te bekijken is gewijzigd. Ik besluit direct weer terug te rijden. In de parkeergarage zoek ik mijn parkeerkaartje. Onvindbaar. Ook niet in de auto. Ik rijd de auto naar de uitgang en loop naar de servicebalie. De vriendelijke dame zegt dat dat geen probleem is. Ik vreesde al voor een dagtarief van € 27,00 terwijl ik er amper een uur gestaan had. Met het kentekenregistratie systeem kunnen ze zien hoe laat je binnen komt. Ik rijd naar de slagboom, druk op het Info knopje waarop een mannenstem me vraagt hoe laat ik binnen ben gereden. Is dat een check met Het Systeem? Ik zeg hem ‘precies een uur geleden’ waarop er € 2,80 op het scherm verschijnt en ik contactloos betaal waarop het plastic slagboompje zijn bevrijdende verticale stand aanneemt. Met de afgestudeerde Design Academy studenten op de passagiersstoel rijd ik naar huis. Eindhoven here we come…….uhhhhh go.

 

Nobody likes changes…

2 Nov

Except for a wet baby.

stretch.001

Ik weet niet hoe het bij jullie zit maar als ik een update krijg voor bijvoorbeeld Keynote, het programma waar ik mijn presentaties mee maak, skip ik die altijd. Ik ben gewend aan de ‘omgeving’ waarin ik werk. Ik weet zonder na te denken aan welke knoppen  ik moet draaien voor het gewenste resultaat. Dat voelt vertrouwd. Een beetje zoals je in het donker de lichtknop in je slaapkamer weet te vinden. Stel je voor dat iemand die stiekem verplaatst. Kennen jullie de scene uit Amelie waarin zij in het huis van de boze buurman de lampen door minder sterkere verwisselt en zijn pantoffels voor dezelfde in een maat kleiner? Horror van de bovenste plank.

Het niet updaten wordt ook gevoed door de aanname dat de update niet beter is, dat hij me het leven niet makkelijker maakt. Maar dat is zoals gezegd een aanname. Want ik weet het niet. Nou, niet helemaal in het geval van die Keynote update. Ik gebruik namelijk altijd Helvetica voor mijn presentaties die ik dan iets versmal. Dat kon ‘vroeger’ heel makkelijk door het woord in zijn geheel naar het midden te ‘trekken’. Alsof je de letters met je vingers een beetje dichterbij elkaar duwde. Nu moet ik in het paneel rechts op een icoontje drukken, dan weer op een icoontje drukken en vervolgens zo’n 7 keer op het min tekentje drukken. Steve had dit NOOIT goed gevonden.

Voor de meeste dingen die we de hele dag doen hebben onze hersenen patronen aangelegd. Dat is wel zo makkelijk. Dan hoeven we niet bij elke herhaalde handeling na te denken. Want stel je voor dat je voor elke deur een origineel plan ging bedenken om in  die andere ruimte te komen.

De afgelopen maanden schreef ik bijna elke ochtend over mijn avonturen met mijn bus in Zuid Afrika. Dat was ook een patroon geworden. Heel lekker. Toen ik vanochtend achter mijn laptop ging zitten voelde ik weerstand. Het is lekker om een een doel te hebben en daar stukje bij beetje dichterbij te komen. En het verhaal te zien groeien. Nu moet ik weer opnieuw beginnen.

Maar het is ook fijn om nieuwe dingen te doen. Want als we nieuwe dingen doen  stretcht onze tijd. En daarmee kom ik, zonder dat ik dat wist toen ik begon te schrijven op het thema van de Dutch Design Week: Stretch.

De komende dagen deel ik mijn favoriete Design Academy Graduation projecten. Nieuw doel. Nieuwe reis.

Tot morgen.

Te gek hoe een balletje kan rollen

20 Jul

KNIKKER.001

Eergisteren gaf ik een Design Thinking college op de universiteit van Stellenbosch. Ik had mezelf min of meer uitgenodigd via kennissen van mijn vader waarvan ik wist dat hun dochter daar professor is. Ik kreeg een plek in hun Visiting Artists Program en na het college kwam er een student naar me toe die vroeg of ik de Marble Machine kende. Het spel en design element uit mijn college deed haar denken aan de Marble Machine van Wintergatan, een Zweedse kunstenaar/muzikant. Ik vertelde haar dat ik hem niet kende en vroeg haar of ze me wilde mailen. Dat deed ze gisteren en WOW wat is dit gaaf.

Komt het omdat ik vroeger een fervent knikkeraar was of omdat ik gefascineerd ben door alles wat rolt? Of was ik geraakt door de schoonheid van de machine? Hoe alles met elkaar samenwerkte, de interactie van mens, machine en knikkers? En het klinkt ook nog eens geweldig. Ik vind het ook gewoon een heerlijk nummer. Dat al meer dan 50.000.000 keer is bekeken op youtube.

En wat blijkt, Martin Molin, de maker, had een paar jaar geleden Museum Speelklok in Utrecht bezocht en was zo geïnspireerd geraakt door de collectie dat hij vervolgens met het bouwen van de knikkermachine begon. Het heeft hem uiteindelijk 14 maanden, 3000 schroeven, heel veel platen mutliplex en 2000 knikkers gekost maar het resultaat is GE-WEL-DIG! En tot 20 augustus te zien in Museum Speelklok in Utrecht

Helaas ben ik tot 24 augustus in Zuid Afrika.

Gek hoe een balletje kan rollen.

Ik rol weer verder met mijn Volkswagen Machine.

IMG_1048

 

 

Gevouwen

25 Jun

moped.001

IMG_0618

Eergisteren kwam ik om 19.00 bij Strand Zuid bij de RAI aan. Een vriend vierde zijn 20 jarig huwelijk op het verrassend leuke strandje aan het water  tussen de RAI hallen. Ik was veel te vroeg en besloot een plekje te zoeken buiten aan het water om er iets te eten. Zoekend naar een plekje met mijn vouwfiets aan de hand werd ik geroepen. Daar zat mijn vriend met zijn vrouw, twee kinderen en twee vrienden. Hij vroeg me aan te schuiven waarop ik mijn vouwfiets in het zicht naast het terras zette. Mijn zoon had hem geleend maar had het cijferslot niet terug aan het zadel gehangen. Met een schuin oog genoot ik van de wijn en de noodles. Dat schuine oog moet mijn vriend zijn opgevallen en hij vertelde het verhaal van de fotograaf van het stadsarchief van Amsterdam. In de jaren 70/80 fotografeerde J.M. Arsath Ro’is duizenden foto’s van Amsterdam. Ik deel er een paar;

Schermafbeelding 2017-06-25 om 09.49.27Schermafbeelding 2017-06-25 om 09.51.47Schermafbeelding 2017-06-24 om 14.45.03Schermafbeelding 2017-06-24 om 14.47.50

Valt je iets op?

Alle foto’s hebben namelijk iets gemeen. Het is allemaal in  Amsterdam, ze zijn zwart wit en genomen door J.M. Arsath Ro’is. Maar is je dat brommertje opgevallen?

Het is de Moped van J.M. Arsath Ro’is. Ze noemde hem ook wel de zandfotograaf omdat hij veel foto’s maakte van het uitdijende Amsterdam. Om aan de randen van de stad te komen had hij een Moped gekocht waar hij erg zuinig op was en netjes op slot zette als hij met zijn 6×6 camera zijn werk voor het stadsarchief uitvoerde. Op een dag werd zijn Moped achter hem gestolen en besloot hij de Moped altijd in zicht te fotograferen.

Bovenstaand verhaal werd ontdekt door Hans Aarsman die er een geweldige TEDx talk van heeft gemaakt.

Bedankt voor dit geweldige verhaal Jeroen.

Ik heb gevouwen gelegen.

 

 

 

Little Earth

14 Jun

littleearth.001

Vanochtend werd ik wakker met het verhaal van mijn Little Earth riem. Ik kocht de riem samen met een rugzak in Atlanta toen we daar naar de jaarlijkse grootste pretparkbeurs ter wereld gingen. En of dat nog niet genoeg vermaak was hadden we een Ford Mustang gehuurd. Deze was nog zo nieuw dat de nummerplaten nog niet klaar waren en er Toyota City (de naam van de dealer waar we hem huurden) op de nummerplaat stond. Dat bleek legaal te zijn. Maar zou later toch flink wat verwarring opleveren.

En dat kwam omdat de Little Earth rugzak gemaakt was van een oude binnenband van een vrachtwagen met daarop een oud nummerbord uit California. Een cooler souvenir uit de U.S of A. kon ik me als autoliefhebber niet voorstellen.

Met de riem om mijn middel en de California nummerplaat op mijn rug liepen we door de hallen met pretpark en kermis attracties op zoek naar nieuwe dingen. Aan het eind van de dag zat de rugzak vol met folders en ging de riem een gaatje groter om ruimte te maken voor het fastfood.

Aangekomen bij onze Toyota City Mustang gooide ik de volle rugzak op de achterbank die daarbij bijna onzichtbaar verdween tussen de lege Starbucks bekers en ander fastfood verpakkingsmateriaal. Ik stapte achter het stuur en merkte dat mijn riem best nog een gaatje ruimer kon. Overigens had mijn zakenpartner de avond ervoor  het Toyota City nummerbord en het eraf getrokken met de woorden; “Dit is een Mustang geen Japanner.”

Tevreden onderuit gezakt in het leer van de wilde paardenkrachten reden we nergens heen. Dat zijn misschien wel de mooiste ritjes. Die zonder bestemming.

Na een minuut of 20 zag ik een politieauto in mijn binnenspiegel en ik probeerde zo onopvallend mogelijk te rijden omdat ik mijn rijbewijs niet bij me had en geen nummerplaat. Even verderop was een hele grote parkeerplaats waar ik rustig opdraaide….gevolgd door de politie. Ik reed de enorme, en bijna lege parkeerplaats, helemaal tot het eind waar een paar auto’s stonden geparkeerd………gevolgd door de politie. Eenmaal tot stilstand gekomen zag ik in mijn binnenspiegel de agent een poging wagen uit zijn auto te komen. De man was zo dik dat, toen hij eenmaal naast de politieauto stond ik niet kon geloven dat hij er ooit een keer in was gekomen.

Waggelend kwam hij naar de bestuurderskant lopen waarop ik mijn raam alvast liet zakken.

“Can I see your papers?” waarop ik hem de huurgegevens van de Toyota City Mustang gaf. Hij keek ons even kort recht in de ogen en wierp tevens een blik op de achterbank waar de California nummerplaat half zichtbaar tussen het food & beverage karton omhoog stak.

“Why is that plate not on the car?” vroeg hij, waarop ik de tas pakte en hem enthousiast vertelde over Little Earth. Dat die gemaakt was van een oude binnenband van een truck, de hengsels van een veiligheidsgordel en de oude nummerplaat uit California kwam. “I also got a belt!” deelde ik oprecht enthousiast en drukte op de vliegtuigsluiting van de riem en klikte hem open, vergezeld met een “Cool he”

littleearth_riem

De blik waarmee de agent ons aankeek had niet misstaan in een Coen Brothers film. Hij  schreef het nummer van de nummerplaat op om zich vervolgens om te draaien en het nummer te checken. Ik kneep hem want ik dacht straks vraagt ie alsnog om mijn rijbewijs. Dat deed ie niet. Hij vroeg wel waar de originele nummerplaat was. Toen ik hem vertelde dat waarschijnlijk een trotse, vaderlands lievende Amerikaan de avond ervoor de Toyota City nummerplaat van het achterste van deze volbloed Mustang had verwijderd, glimlachte hij en wenst ons een goede dag aangevuld met;

“Get that plate fixed”

“Yes Sir”, antwoordde ik alsof ik net als klein jochie een laatste waarschuwing had gekregen van de schoolmeester.

“Let’s get a Taco.”

%d bloggers liken dit: