65 klussers

6 Nov

vijenzestigklussers.001

In mijn poging tot een overzicht van mijn favoriete eindexamen projecten van de Design Academy te komen vroeg ik mezelf af waarom ik in mijn voorbereiding op mijn bezoek aan de Dutch Design Week begon met de categorie Social Design in het 500 pagina tellende jaaroverzicht. Kwam dat door de impact van het werk van Assemble en mijn ontmoeting met Fran Edgerley waar ik gisteren over schreef? Of moest ik verder terug?

Volgens Laura ben ik bezig met ‘retrospectieve sensemaking’;

  • Hoor ik wat ik zeg?
  • Lees ik wat ik schrijf?
  • Zie ik wat ik doe?

Achteraf betekenis geven. Ik probeer te begrijpen waarom Social Design mij zo raakt. Is het omdat ik zelf  graag socialer ben in mijn projecten?

Liggend op de sofa graaf ik nog een beetje verder en beland terug spoelend in mijn herinneringen in een presentatie van Jeroen Everaert. Jeroen is oprichter van Mothership. Mothership is kunstproducent en produceert, adviseert, begeleidt en bemiddelt bij kunstprojecten. Ze vervullen een brugfunctie tussen de ‘kunstwereld’ en ‘opdrachtgevers’, zoekend binnen mogelijkheden om voor beide groepen aantrekkelijke projecten te realiseren. En aantrekkelijk zijn ze, de projecten van Mothership. Altijd met als thema ‘Kunst naar de mensen toe brengen.’

Aan het begin van de presentatie vertelde Jeroen dat hij twijfelde of hij zijn voorgeschiedenis wel moest vertellen. Hoe het zo gekomen was. Ik ben blij dat hij het heeft gedaan. Het maakt het verhaal nog mooier en af. Jeroen doet waar ie in gelooft en dat is niet altijd zo geweest. Jeroen komt uit een gezin van Jehova’s getuigen. En ik weet niet welk beeld jullie van Jevohah’s Getuigen hebben maar dat van mij is dat van een mooi gepoetste schoen tussen de deur op zondag ochtend. Als jonge man ging Jeroen de deuren langs het woord van God te verkopen. Als de mensen niet naar God komen kwamen Jeroen en de zijnen wel naar jou. Een betere verkooptraining kan ik me niet voorstellen. Het zou zo maar kunnen dat Jeroen ook bij mij voor de deur heeft gestaan. We komen namelijk allebei uit Dordrecht. Afgelopen vrijdag was Jeroen niet naar mij gekomen maar ik naar hem en luisterde naar zijn bijzondere levenswandel. Jeroen vertelde dat hij eigenlijk de kunstacademie wilde doen maar dat zijn vader daar een stokje voor stak. Braaf als hij was volgde Jeroen zijn vaders advies en belandde na zijn opleiding in de ladder en trappen business. En dat ging hem uitstekend af. Hij kon praten als brugman en verkocht goed. Jeroen vertelde dat veel Jehovah’s Getuigen succesvolle verkopers waren geworden. Zo ook Jeroen en na de trappen en ladders zocht Jeroen het hogerop. Hij ging in de kranen. Grote kranen. Maar was hij onbewust niet bezig een stukje dichter bij God te komen. Via de voorstoep, de ladder en nu de mega grote kranen. Ik geloof het niet en Jeroen ook niet. Het was Jeroen nooit om het geld te doen en er kwam een moment dat hij besloot toch kunstenaar te worden. Directeur zijn kon hij wel, maar hij vond het niet leuk. Ondanks het commerciële succes wilde hij heel graag naar de academie. Al op de middelbare school was hij altijd aan het bouwen en knutselen. Heel bewust heeft hij op een gegeven moment toch voor de kunstacademie gekozen. In een gesprek met een goede vriendin over geluk in het leven viel voor hem het kwartje: “ik ga gewoon de avondopleiding doen, naast m’n baan.” Vier jaar later studeerde hij af als autonoom kunstenaar en op de dag van zijn diploma-uitreiking diende hij, heel theatraal, als een soort feestje, zijn ontslagbrief in. Hij verkocht zijn huis en auto en begon zijn kunstenaarschap. Zijn kunstenaarschap begon niet slecht. Hij verkocht hier en daar wat, had tentoonstellingen en kreeg aandacht. Met zijn ontwerp voor een digitale grafsteen scoorde hij veel publiciteit. Maar wat hem tegenviel van het kunstenaarsschap was de eenzaamheid van het vak. Hij zat ’s ochtends al vroeg in zijn atelier want hij had zijn oude werkritme van de bouw nog, maar had veel te weinig aanspraak. De motivatie om in je eentje aan de slag te gaan, vond hij het moeilijkste van het vak.

Inmiddels was Jeroen in contact gekomen met Boris van Berkum, en kreeg een tentoonstelling bij Showroom MAMA die van Berkum net had opgezet. Van Berkum vroeg hem of hij  voor hem wilde komen werken, maar Jeroen wees dat af. Hij wilde niet onder hem werken, maar wel met hem samenwerken. Hij kwam terecht in een wereld die hij helemaal niet kende: die van een culturele instelling met een bestuur dat eindverantwoordelijk was en met subsidies. Een enorme eye opener. Hij was tot op dat moment alleen de commerciële wereld van de bv’s gewend.

Maar toen ze problemen kregen met subsidies en van Berkum meer de museale tentoonstelling kant op wilde, besloten ze uit elkaar te gaan. Hij kocht van Berkum uit en ging in 2004 door met Mothership en maakte er een organisatie van die zonder subsidie, gewoon op commerciële basis, kunstprojecten kan realiseren in de publieke ruimte.

Op mijn vraag of ie nog een goede tip had voor ‘mijn’ HKU Kunst en Economie studenten;

“Wees een slet. Duik overal op en in. Sta open voor nieuwe dingen en ga nieuwe verbindingen aan. Wees nieuwsgierig. ”

Jeroen is geen Jehovah’s Getuigen meer maar hij had toch zijn voet tussen mijn deur gekregen.

(ongeveer de helft van deze tekst heb ik gejat, ingekort en aangepast van een interview op Puntkomma. Ik ben nu op weg naar de biechtstoel. Forgive me Father for I have sinned)

Maar misschien maakte de meeste indruk nog wel zijn ‘Reus van Vlaardingen’ uit 2001. Jeroen noemt de categorie van dit werk ‘participatie’. En de opdracht luidde:

“Bedenk een groot kunstwerk waarbij 65 klussers kunnen samenwerken met de Mo’s en Fatima’s uit de wijk. Deze opdracht werd door Mothership neergelegd bij Florentijn Hofman . Hofman’s eigen konijn vormde de inspiratiebron voor het kunstwerk, de Reus van Vlaardingen. Wijkbewoners werden uitgenodigd om mee te helpen de reus te bouwen van afvalhout. Net als het verbranden van beelden tijdens het festival ‘Burning Man’ wilde men het konijn na afloop van de presentatie feestelijk verbranden. Helaas stak de brandweer hier direct een stokje voor en tourde het konijn alsnog huppelend verder door Nederland.”

Florentijn_Hofman_-_Reus_van_Vlaardingen_-_03_-_EnterTheMothership.com

Hierboven staat 65 klussers. In mijn herinnering waren het 65 plussers. Misschien 65 klussende 65 plussers. Whatever. Het samenbrengen van twee doelgroepen die normaal gesproken niet snel met elkaar in contact zouden komen en ze iets laten bouwen, vind ik een prachtig voorbeeld van Social Design.

Florentijn_Hofman_-_Robodock

Zou een 10,5 meter hoog konijn het begin zijn geweest voor mijn fascinatie voor social design? Ik heb 24 uur om daar over na te denken.

 

Fran Tastic

5 Nov

frantastic.001

Fran Edgerley is een van de oprichters van Assemble, een design/kunst/architect collectief in Londen. Ik ontmoette Fran in Queretaro waar we allebei sprekers waren op een congres over design en architectuur. ‘Haar’ collectief won de Turner Prize in 2015. Wikipedia daarover:

De Turner Prize, genoemd naar de Engelse schilder William Turner, is een jaarlijks toe te kennen prijs voor een Brits kunstenaar onder de vijftig.

De organisatie ligt bij de Tate Gallery en is ingesteld in 1984. Het is publicitair Engelands belangrijkste kunstprijs geworden. De prijs wordt tegenwoordig het meest geassocieerd met conceptuele kunst, alhoewel alle kunstvormen meedingen en menig schilder de prijs heeft gewonnen.

Sinds 2004 bedraagt het prijzengeld £40,000.

De prijs is zowat het equivalent van de Prijs Jonge Belgische Schilderkunst in België, de Prix Marcel Duchamp in Frankrijk en The Vincent Award in Nederland.

Tot vandaag was ik in de veronderstelling dat zij het eerste collectief waren die de vooraanstaande prijs wonnen. Maar op de lijst van de winnaars zie ik ook ‘The Otolith Group’ staan. Klikkend naar hun website lees ik dat het om een kunstenaars duo gaat. Dat is iets anders dan een collectief. Assemble begon met 16. OK. Ander verschil is dat Assemble geen kunstenaars collectief is maar een collectief van zeer divers pluimage. Laat ik ze makers noemen. Makers die gewenste situaties maken. Makers die dingen laten gebeuren. Samen werken door samen te maken. Het gaat ze om het samen maken, het proces, niet zozeer om de uitkomst, vertelde Fran in haar presentatie. Van hun website vertaal ik:

In haar projecten probeert Assemble de typische disconnectie tussen het publiek en het proces waarmee plaatsen worden gemaakt aan te pakken. Ze hanteren daarbij een aanpak waarbij men onderling afhankelijk is en samen werkt. Tevens proberen ze  het publiek actief als deelnemer te betrekken in de realisatie van hun projecten.

Je zou het social design kunnen noemen.

Tijdens haar presentatie vertelde ze over hun eerste project; The Cineroleum.

The Cineroleum was een eigen initiatief dat een verlaten benzine station in Londen transformeerde in een bioscoop.

Exif_JPEG_PICTURE

Het project was een experiment voor de verkenning van het potentieel voor het hergebruik  van de 4.000 verlaten benzine stations in Engeland. Tevens was The Cineroleum een improvisatie op de rijke iconografie en de decadente interieurs uit de gouden tijd van de film theaters.

cineroleum_gordijn

Klassieke elementen werden  opnieuw ontworpen voor de ‘langs de weg’  locatie, gebruik makend van goedkoop industrieel materiaal, gebruikte of gedoneerde materialen.

Klapstoelen van steigerhout, school tafels en banken werden bekleed met formica en het auditorium werd omsloten door een drie kilometer lang met de hand genaaid harmonica gordijn.

Cineroleum_Zander_animation5cineroleum_proces

Het duidelijk zichtbaar met de hand gemaakte Cineroleum werd ter plekke gebouwd door een team van meer dan 100 vrijwilligers. Samen lerend en experimenterend geholpen door de tijdens het prototype proces geschreven handleidingen. Fix it as you go.

Anders dan de buiten de stad multiplex bioscopen vierde The Cineroleum juist de sociale ervaring van het naar de film gaan. Van de popcorn machine en de bar in de oude benzinepompshop tot het filmprogramma van toegankelijke klassiekers.

Afgescheiden van de drukste eenbaansweg in Europa door een gordijn bood The Cineroleum plek voor collectief escapisme en een publiek spektakel voor de voorbijgangers. Aan het eind van de film ging het gordijn omhoog daarmee het publiek van de verbeelding van de film weer in het dagelijks theater van de straat duwend.

cineroleum_theend

Ik ben Fan van Fran.

 

 

De Why, How en What van Design

4 Nov

whyhowwhatdesign.001

Een van mijn favoriete definities van design is van Herbert Simon, een Amerikaanse wetenschapper. Daar kwam ik net achter toen ik op mijn blog in het zoekscherm ‘definitie design’ intikte en op ‘zoek’ drukte. Herbert Simon definieert design als volgt: “Everyone designs who devises courses of action aimed at changing existing situations into preferred ones.” Goede ontwerpers sluiten met hun ontwerpen aan bij de wensen van hun doelgroep. Goede ontwerpen raken ons. Niet alleen omdat hun ontwerpen goed werken maar omdat ze ons emotioneel raken. Positief raken. Bladerend door de eindexamen werken van de Design Academy stel ik me de vraag wat de studenten hebben ontworpen. Welke huidige situatie hebben ze getransformeerd in een gewenste situatie? Welke positieve bijdrage levert het ontwerp aan de wereld? Om antwoord te krijgen op die vraag probeer ik antwoord te krijgen op de vraag aan welke positieve emotie het ontwerp appelleert (de Why) en wat de boodschap, het verhaal (de How) is wat het ontwerp wil vertellen. En om mezelf een beetje te helpen pak ik er het positieve emoties lijstje van Barbara Fredrickson bij. Zij heeft onderzocht dat er 10 vormen van positiviteit het dagelijkse leven van mensen het meeste kleuren. Natuurlijk bestaan er meer vormen maar uit haar onderzoek blijkt dat deze het meest voorkomen:

1. Vreugde

2. Dankbaarheid

3. Sereniteit

4. Belangstelling

5. Hoop

6. Trots

7. Plezier

8. Inspiratie

9. Ontzag

10. Liefde

Kijkend naar de ontwerpen stel ik me de vraag hoe de gebruiker zich moet voelen als ze in aanraking komen met het ontwerp? Het maken van een keuze uit dit lijstje maakt al een hoop ‘los’ en bedenk ook het geen exacte wetenschap is. Ik ben niet op zoek naar de Waarheid. Ik ben op zoek naar het Waarom? Vervolgens ga ik op zoek naar de How. De boodschap die het ontwerp wil vertellen. Een boodschap die betekenisvol en relevant is voor de gebruiker. Als ik de behoefte (de Why) en de boodschap (de How) heb kan ik de vraag (de What) waar het ontwerp een antwoord op is  formuleren: “Bedenk ideeën (de What) die ……………(de doelgroep)…………………(de Why)………………(de How).”

– nieuwsgierigheid
– verbeeldingskracht
– discipline
– vasthoudendheid
en
SAMENWERKEN.
Want zo stelt de Wachter, en ik vertaal even:
Kunstgeschiedenis wordt traditioneel gepresenteerd als de maker’s individuele strijd naar zelfexpressie. De afgelopen 50 jaar echter is het aantal makers dat SAMENWERKT exponentieel gestegen. De geïnterviewde makers bieden inzichten die leerzaam zijn voor iedereen die met anderen effectief willen samenwerken aan creatieve projecten.
ellenmaradewachter
Ik wilde vandaag een werk van de Design Academy delen dat me geraakt had. In de categorie Social Design. En ik eindig met een boekentip vol inzichten over hoe makers samenwerken.
Vraag niet hoe het kan.
Maar profiteer er van.

Dutch Design Week

3 Nov

DUTCHDESIGNWEEK.001

Vorige week was het Dutch Design Week (DDW) en de komende dagen doe ik een verslag van mijn design reis in Eindhoven. Door het achteraf beschrijven van mijn avonturen met de bus in Zuid Afrika heb ik gemerkt dat ik dat een mooie manier vind om te reflecteren op wat er gebeurd is. Mijn DDW begon op zaterdag. Online kocht ik een kaartje en checkte de tijd. Op de openingsdag wil dat nog wel eens verschillen maar op mijn kaartje stond nu duidelijk van 11.00 tot 18.00:

Schermafbeelding 2017-11-03 om 06.41.50

Het plan voor deze zaterdag is dat ik alleen het boek van de afgestudeerde Design Academy studenten koop en het hele boek doorspit zodat ik de komende week goed voorbereid mijn HKU studenten kan rondleiden en zelf meer focus heb in de wereld van overvloed in Design. Ik heb geleerd dat als ik dit niet doe en me laat leiden door wat ik zie in de zalen, gecombineerd met de hoeveelheid mensen, na een half uur de neiging krijg om mensen te gaan slaan en opzij te duwen. Om 10.50 parkeer ik de auto in de parkeergarage op 300 meter van de Witte Dame en loop op mijn gemakje naar de ingang op de derde verdieping. Dat doe ik altijd met de trap omdat de lift lang duurt en meestal vol is. Als ik boven aankom staat er een student (aanname) voor de ingang en een bordje naast hem met daarop: Opening Graduation Show 13.00. De mensen voor mij stellen alle vragen en maken alle opmerkingen die ik ook wil maken met hetzelfde resultaat. Op de derde verdieping gaat de deur niet open. Met ingehouden godver de godver daal ik de trap weer af en denk dat de jongeman beter beter had kunnen gaan staan. Dat had veel mensen een beklimming gescheeld. Na de vierde trede heb ik een ingeving. De jongeman had het over een opening voor genodigden en mijn vermoeden is dat dat op de vijfde verdieping is. Ik keer om en richt mijn hoop op die gedachte. Op de vierde verdieping hoor ik een stem door een microfoon en mijn hoop op succes stijgt. Op de vijfde verdieping kijk ik het restaurant in dat vol staat met genodigden, maar veel belangrijker , ook vol met de boeken met de eindwerken. Ik ben 15 meter verwijderd van mijn doel dat slechts wordt geblokkeerd door een vrouwelijke beveiligingsbeambte. Ik versnel mijn pas, kijk haar vriendelijk aan, knik en steek mijn rechterhand in de lucht alsof ik iemand in de zaal herken. Ik ben binnen. Ongenodigd met gratis koffie en muffins. Met de lovende woorden van het hoofd van de opleiding op de achtergrond sta ik met mijn rug naar de het podium voor de counter waar de boeken worden verkocht. Het boek is dikker en zwaarder dan ooit. Mijn plan om op mijn gemakje in het restaurant met een bak koffie het werk in het boek te bekijken is gewijzigd. Ik besluit direct weer terug te rijden. In de parkeergarage zoek ik mijn parkeerkaartje. Onvindbaar. Ook niet in de auto. Ik rijd de auto naar de uitgang en loop naar de servicebalie. De vriendelijke dame zegt dat dat geen probleem is. Ik vreesde al voor een dagtarief van € 27,00 terwijl ik er amper een uur gestaan had. Met het kentekenregistratie systeem kunnen ze zien hoe laat je binnen komt. Ik rijd naar de slagboom, druk op het Info knopje waarop een mannenstem me vraagt hoe laat ik binnen ben gereden. Is dat een check met Het Systeem? Ik zeg hem ‘precies een uur geleden’ waarop er € 2,80 op het scherm verschijnt en ik contactloos betaal waarop het plastic slagboompje zijn bevrijdende verticale stand aanneemt. Met de afgestudeerde Design Academy studenten op de passagiersstoel rijd ik naar huis. Eindhoven here we come…….uhhhhh go.

 

Nobody likes changes…

2 Nov

Except for a wet baby.

stretch.001

Ik weet niet hoe het bij jullie zit maar als ik een update krijg voor bijvoorbeeld Keynote, het programma waar ik mijn presentaties mee maak, skip ik die altijd. Ik ben gewend aan de ‘omgeving’ waarin ik werk. Ik weet zonder na te denken aan welke knoppen  ik moet draaien voor het gewenste resultaat. Dat voelt vertrouwd. Een beetje zoals je in het donker de lichtknop in je slaapkamer weet te vinden. Stel je voor dat iemand die stiekem verplaatst. Kennen jullie de scene uit Amelie waarin zij in het huis van de boze buurman de lampen door minder sterkere verwisselt en zijn pantoffels voor dezelfde in een maat kleiner? Horror van de bovenste plank.

Het niet updaten wordt ook gevoed door de aanname dat de update niet beter is, dat hij me het leven niet makkelijker maakt. Maar dat is zoals gezegd een aanname. Want ik weet het niet. Nou, niet helemaal in het geval van die Keynote update. Ik gebruik namelijk altijd Helvetica voor mijn presentaties die ik dan iets versmal. Dat kon ‘vroeger’ heel makkelijk door het woord in zijn geheel naar het midden te ‘trekken’. Alsof je de letters met je vingers een beetje dichterbij elkaar duwde. Nu moet ik in het paneel rechts op een icoontje drukken, dan weer op een icoontje drukken en vervolgens zo’n 7 keer op het min tekentje drukken. Steve had dit NOOIT goed gevonden.

Voor de meeste dingen die we de hele dag doen hebben onze hersenen patronen aangelegd. Dat is wel zo makkelijk. Dan hoeven we niet bij elke herhaalde handeling na te denken. Want stel je voor dat je voor elke deur een origineel plan ging bedenken om in  die andere ruimte te komen.

De afgelopen maanden schreef ik bijna elke ochtend over mijn avonturen met mijn bus in Zuid Afrika. Dat was ook een patroon geworden. Heel lekker. Toen ik vanochtend achter mijn laptop ging zitten voelde ik weerstand. Het is lekker om een een doel te hebben en daar stukje bij beetje dichterbij te komen. En het verhaal te zien groeien. Nu moet ik weer opnieuw beginnen.

Maar het is ook fijn om nieuwe dingen te doen. Want als we nieuwe dingen doen  stretcht onze tijd. En daarmee kom ik, zonder dat ik dat wist toen ik begon te schrijven op het thema van de Dutch Design Week: Stretch.

De komende dagen deel ik mijn favoriete Design Academy Graduation projecten. Nieuw doel. Nieuwe reis.

Tot morgen.

Voor NoaH. Mijn Held.

1 Nov

voornoahmijnheld.001

De lange reparatielijst van Jeroen bedraagt bijna € 2.000,-. Met de revisie en het transport loopt het aardig op. Ik moet denken aan mijn vriend Walter die ooit een Mercedes 280 restaureerde. Een leegloper. Ik moet het rationeel benaderen. Maar dat is natuurlijk een illusie. Een auto waar zoveel emotie inzit kun je niet rationeel bekijken. De bus is in Nederland om nieuwe herinneringen te maken. Ik droom ervan om de reis van Julio Cortazar en Carol Dunlop over te doen. Alle 62 parkeerplaatsen tussen Parijs en Marseille in een maand bezoeken en onderzoeken. Ik droom van vakanties in Zeeland, vuurtje maken naast de bus en met de geur van vuur en vlees achterin de bus klimmen. Ik droom ervan samen met Tamara, Noëlle en NoaH een safari te doen in Beekse Bergen. Dat is maar een uurtje rijden. En ik droom ervan om samen met de Jeroen de bus in top conditie te brengen. Vandaag is het 1 november en er is al heel veel aan de bus vernieuwd. De afgelopen dagen zijn er onderdelen uit Engeland, Duitsland en Nederland binnen gekomen. Straks rijd ik naar Jeroen om de nieuwe kachelpotten en toebehoren te brengen. Rijdend in Zuid Afrika was een kachel minder hard nodig dan hier. Maar hier moet er voor de APK lucht op de ruiten te regelen zijn. Een goedkope of dure (€ 1.100) originele oplossing? Jeroen en ik zijn het er zonder het naar elkaar uit te spreken over eens. Origineel houden. Het einde van de tunnel is in zicht……met de nieuwe Europese koplampen.

Wel jammer dat ik straks mijn Zuid Afrikaanse kenteken niet meer heb: CO 2121

Ben benieuwd wat mijn nieuwe kenteken wordt.

Dit verhaal schrijvend kwam ik er achter dat ik het achteraf beschrijven van mijn avonturen met de bus heel interessant en leerzaam vond. Alsof ik elke ochtend in een soort tijdmachine sprong die aangestuurd werd door mijn gedachten en het toetsenbord van mijn PowerBook. Springend door de tijd kiezend en beschrijvend wat ik interessant en relevant vond. Geïnspireerd door Julio Cortazar en Carol Dunlop probeerde ik kleine details uitvoering beeldend te beschrijven. Iets waar ik veel plezier aan beleefde. Maar na bijna 3 maanden bijna elke ochtend schrijven was een moment dat ik ‘er klaar mee was’. Dat werd overigens ook gevoed doordat ik de ontwerpen die ik op de Dutch Design Week in Eindhoven zag en wilde beschrijven en delen. Door de interventie van Blanka, die precies beschreef hoe ze zich voelde door mijn abrupte eind, heb ik deze reis kunnen afmaken zoals het heurt.

Ik maak voor de laatste keer een pdf met het hele verhaal en voeg daar een pagina aan het begin aan toe waar met grote letters staat:

Voor NoaH.

Mijn Held.

Het hele avontuur van de bus en mij download je hier: NOLTEEVWT2

En hier de soundtrack van het mijn Book of Dreams:

Eind van de tunnel?

31 Okt

eindvandetunnel.001

“Zooo jij hebt geluk.” zegt Arie als hij met de dopsleutel van zijn Jeep de bout van het linker achterwiel losdraait. Geluk is niet meteen het eerste woord wat in me op komt als ik op dit moment aan de bus denk. Of zou Arie het feit bedoelen dat ik niet aangehouden ben door die bende agenten die 100 meter verderop staan? Whatever. Vijf minuten later rijd ik op de A15, Arie achter me. Meteen voel ik dat de bus onregelmatig loopt, gepaard gaand met geknal en gepruttel. En dat terwijl de motor nog koud is. Ik kan gelukkig wel mijn snelheid houden. Vlak voor de benzinepomp komt Arie naast me rijden en gebaart me de afslag te nemen. Volgens mijn benzineboekje moet de tank nog vol zitten wat niet overeen komt met de dertig liter die ik er moeiteloos bij tank. Leeg was ie niet maar ook zeker niet zo vol als ik hem in Belville achtergelaten had. Raadsel. Ik wil er op dit moment verder niet over nadenken. Ik wil in Zwijndrecht zijn. Op zoek naar een vijftig eurocent munt voor lucht van de reserveband vind ik niets in mijn tas en ook Arie heeft geen vijftig eurocent munt. Ik loop terug naar de kassa, pak een pakje Sportlife en vraag of ik vijftig eurocent bij kan pinnen. Met een pakje frisse lucht en een vijftig eurocent munt loop ik terug naar de bus die ik bij de luchtpomp heb geparkeerd. Ik gooi een Sportlife in mijn mond en 1,2 Bar in de band. Op hoop van zegen. Gelukkig kan ik meekomen met het verkeer maar ik twijfel of ik de vrachtwagen voor me inhaal. We rijden de tunnel in. Ik heb genoeg gas over en voel en luister wat er gebeurt als ik meer gas geef. Ik kan de vrachtwagen nu wel inhalen maar moet straks ook weer licht omhoog de tunnel uit. Ik besluit in te halen en de bus kruipt centimeter voor centimeter langs de vrachtwagen. Dat is een rare gewaarwording want normaal gesproken zit je als bestuurder aan de linkerkant. Zittend aan de rechterkant zie ik de rubber lussen waarmee het zeil van de vrachtwagen aan de carrosserie vastzit een voor een voorbij komen. Van links naar rechts. De tunnel uit klimmend komen de rubber lussen tot stilstand. Ik geef voorzichtig gas bij maar de lussen beginnen zich van rechts naar links te bewegen. Ik geef meer gas bij en harde knallen echoën in de tunnel. De bus sputtert letterlijk en figuurlijk luidruchtig tegen als een kind dat niet naar school wil en hangend aan je arm de tegenovergestelde richting optrekt. Ik stel mijn doel bij. Als ik maar uit de tunnel kom. Voorzichtig geef ik nog meer gas bij en de rubber lussen komen weer tot stilstand. Nog iets meer gas. De rubber lussen bewegen weer van links naar rechts. De laatste lus. Nu de cabine nog. Bel voor de laatste ronde. Nog een beetje gas. De weg gaat nu omhoog. Millimeter voor millimeter haal ik de vrachtwagen in. Mijn rechtervoet kan inmiddels niet verder. Plankgas kruip ik voorbij de vrachtwagen en als we allebei tegelijk boven aankomen en ons weer op horizontaal asfalt bevinden zie ik de vrachtwagen snel kleiner worden in mijn rechterbuitenspiegel.

Dan en Chip Heath leggen in hun boek The Power of Moments uit dat angst en focus de tijd lijken te rekken en geven een tip voor een ‘langer’ leven;

Scare the hell out of yourself, regularly.

Check.

De rest van de 20 kilometer vind ik een manier om de bus op constante snelheid te houden. Ik voel me een soort menselijke cruisecontrol. Al mijn zintuigen inzettend om de bus rijdend op een snelheid te houden. Angst en focus maken het de langste 20 kilometer van mijn leven.

Als ik de bus bij Jeroen (mijn trouwe monteur) naar binnen rijd en uitstap lijkt er 1250 kilo van mijn schouders af te vallen. We hebben het gehaald.

Een dag later belt Jeroen me op. Hij heeft de bus helemaal nagekeken. Hij kon zijn ogen niet geloven. De carrosserie is inderdaad in een uitzonderlijk goede staat. Dat was het goede nieuws. Verder zou hij de bus weer direct in een container terug naar Zuid Afrika sturen. De lijst van onderdelen die vervangen dienen te worden voor de APK is lang. Heel lang.

Te lang?

%d bloggers liken dit: