Archive | play RSS feed for this section

Brainstorm

16 Jun

brainstorm.001

Gisteren faciliteerde ik een gestructureerde groepsactiviteit waarbij de idee-ontwikkeling losgekoppeld werd van de idee-selectie voor een groep gecoördineerde menslievende professionals.

Anders gezegd; ik begeleidde een brainstorm voor het Rode Kruis. Dat deed ik voor en met Irene Koel van The Zooooo. Ik schreef al eerder of Irene. Hier en hier. Het was onze eerste opdracht samen en zeker niet de laatste.

Irene had met de mensen van het Rode Kruis al veel werk verricht. Dat had geleid tot een  een ingevuld waardepropositiecanvas. Hierin staan vragen als:

Wat is het probleem dat we willen oplossen?

Wie is onze primaire klant?

Wat zijn de pijnpunten (3 belangrijkste)

Wie is de klant van onze klant? (als die situatie er is)

Wat zijn hun pijnpunten (3 belangrijkste) 

Wat is onze waarde propositie?

Hoe lossen wij hiermee de pijnpunten op?

Welke voordelen verschaffen we?

Na een korte introductie van mezelf en een minicollege creativiteit gingen we aan de slag . Ik zal in deze post proberen om zo kort en duidelijk mogelijk uit te leggen hoe je een brainstorm kunt organiseren.

  1. Huur/regel een facilitator. Een goede facilitator inspireert en structureert. Focust op energie. Hij/zij hoeft geen verstand te hebben van het onderwerp maar weet op het juiste moment de juiste interventie te doen.
  2. Brainstorm met mensen die willen. Zie een brainstorm als een spel om tot oplossingen te komen. En een spel definieert Bernard Suits als ‘een vrijwillige poging tot het overwinnen van overbodige obstakels’.
  3. Brainstorm bij voorkeur op een externe, inspirerende omgeving.
  4. Geef iedereen een een pakketje post-it’s en een pen en vraag ze LEESBAAR te schrijven.
  5. Vraag de deelnemers om in groepjes van minimaal 3 en maximaal 5 individueel en in stilte de vraag die zij willen oplossen op een post-it te schrijven. Laat iedereen beginnen met ‘Hoe kunnen we……..?’ (5 minuten)
  6. Laat de deelnemers een voor een hun vraag voorlezen (geen toelichting) en laat ze hun Hoe kunnen we …..? vraag opplakken op een flip-over. Doe dit bij voorkeur staand. (5 minuten)
  7. Laat de deelnemers de verschillen met elkaar bespreken en ze samen  een nieuwe ‘Hoe kunnen we …..?’ vraag formuleren. Ze moeten het echt allemaal met elkaar eens zijn en de energie voelen om deze vraag op te willen lossen. Komen ze er niet laat ze er dan een kiezen die er het dichtst bij komt.  (15 minuten).
  8. Vraag alle deelnemers hun vraag op een post-it te schrijven en ze individueel 20 ideeën te laten bedenken. Alles is goed. Stimuleer ze om ALLES wat in ze opkomt op  te schrijven. Elke idee, gedachte of zelfs woord leesbaar op een nieuwe post-it. Laat ze niet oordelen over hun ideeën. Het gaat in deze fase (divergentie) om de kwantiteit en niet om de kwaliteit. (10 minuten)
  9. Doe vervolgens plenair een aantal divergentie technieken zoals De Superheld. Laat ze hun favoriete superheld kiezen, opschrijven wat de bijzondere kwaliteiten/krachten zijn van hun superheld en bedenken hoe ze met een van die kwaliteiten/krachten hun vraag zouden kunnen oplossen. Je kunt ze ook een letter laten kiezen, ze vragen welk dier er met die letter begint en vragen hoe dat dier de vraag zou oplossen. Of een kleur laten kiezen. Aan welke plek ze denken bij die kleur en ze vragen hoe ze daar op die plek de vraag zouden oplossen. Kortom divergentie technieken die ze dwingen om op andere plekken in hun hoofd te zoeken naar oplossingen……en niet te oordelen. Laat ze alle ideeën weer (altijd!!!) oplossen. (15 minuten)
  10. Vraag deelnemers om hun beste idee te kiezen (convergeren) en speel om en om de Superdure Consultant. Hoe werkt de “Superdure consultant”? De Superdure Consultant vertelt zijn/haar idee. De andere luisteren aandachtig (tja want het is een superdure consultant. Die voor heeeeel veel geld dit idee heeft bedacht, dus zal het wel goed zijn). Vervolgens kunnen er kort nog wat vragen gesteld worden. Niet te lang het gaat hier niet om validatie. Vervolgens draait de Superdure Consultant vult zich met de rug naar de rest en noteert, zonder verder deel te nemen aan het gesprek alles wat de rest van het team aanvult. Zij beginnen met een “Ja! Wat een goed idee he!” Om het vervolgens aan te vullen met “En dan zou je ook nog……….” Het leuke van de oefening is is dat mensen gaan denken in mogelijkheden ipv beperkingen. De snelheid bevordert dit alleen maar. Houdt het tempo er dus in, je wilt niet dat men te lang nadenkt. Als je merkt dat de energie laag wordt stop je en laat je ze de volgende “superdure consultant” kiezen. (20 minuten)

Het is inmiddels 8.30

Ik moet wat supergoedkope consults gaan geven op HKU.

Wordt vervolgd.

 

 

Wel Kom

15 Jun

welkom.001

Vanochtend vroeg stond ik op de Baanhoekweg bij de uitgang van Jachthaven Westergoot te wachten om over te steken. Het was al druk met allerlei verkeer. Auto’s, fietsen en voetgangers. Er kwam geen eind aan. Als laatste kwam er een langharige, oudere motorrijder op een nog oudere klassieke Harley heel langzaam aanrijden. En stapvoets toucheerde hij een voetganger die zonder te kijken op de weg van richting veranderde. Het leek in slowmotion te gaan. Ik zag het gebeuren en zag ook dat het niet ernstig was. De twee vervolgden ook, zonder er aandacht aan te schenken, hun weg. De weg was nu vrij en ik duwde heel voorzichtig de gammele en zware boodschappenwagen de schuine stoep af. Midden op de weg werd ik gewekt door de wekker.

Toen ik net in Googlemaps precies de plek op wilde zoeken belandde ik hier op de Baanhoekweg:

Schermafbeelding 2017-06-15 om 07.30.20.png

Klikkend vervolgde ik tot de precieze plek uit mijn  droom:

Schermafbeelding 2017-06-15 om 07.40.04Schermafbeelding 2017-06-15 om 07.39.28

De motorrijder was gewaarschuwd door het ‘pas op voetgangers’ bord. Maar wat deed ik daar? Met een gammele, zwaar beladen boodschappenwagen?

Is het omdat ik vanaf 1 juli na drie en half jaar antikraak wonen dakloos ben en nu op zoek ben om al mijn spullen op te slaan omdat ik 7 juli bijna 2 maanden naar Zuid Afrika ga?

Is het omdat ik volgende week met alle eerstejaars Design Thinking gebruik om oplossingen voor vluchtingen in ons land te bedenken?

En waarom daar op de Baanhoekweg?

Peter, weet jij het?

Gisteren had ik mijn goede vriend Daniel aan de lijn. Hij had het over mijn blog.

“Het gaat weer alle kanten op. Je bent weer helemaal terug.”

This is not goodbye.

This is welcome back.

 

 

 

VW T2

13 Jun

vwt2.001

Toen we in 2004 een half jaar naar Zuid Afrika gingen met het gezin hadden we afgesproken geen dieren in huis te nemen en, een speciale regel voor mij, geen wielen aan te schaffen. Na twee weken stond er een verwaarloosde kat op de stoep en een week later besloot een border collie dat onze toen 8 jarige zoon zijn puppy was. ‘You can leave South Africa, but South Africa never leaves you’ zeggen ze. Hierdoor werd het nog moeilijker ZA zowiezo te verlaten.

Wat betreft die wielen heb ik me keurig aan de afspraak gehouden. Totdat ik bij een benzinepomp in Oudtshoorn een baby blauw/witte Volkswagen T2 uit 1979 te koop zag staan. Met een blik die nog het best te definiëren valt als ‘hulpeloos machteloos’ keek ik mijn vrouw aan die heel streng nee probeerde te schudden maar ik oprecht de twijfel in haar ogen zag…..toch. Die bussie was van het bejaardentehuis en stond in het weekend te koop omdat er dan geen bejaarden vervoerd werden. Doordeweeks werd ie gewoon nog gebruikt. Hij moest eerst verkocht worden zodat ze het geld hadden voor een ‘nieuwe’.

Trots op dat we zo sterk waren geweest niet toe te geven aan de ongelooflijke aantrekkingskracht van de 2 liter lucht gekoelde  BB (BejaardenBus) ging ik een dag later terug en kocht de bus.

VWT2

De potentiële spijt die ik voelde bij de gedachte de bus niet te kopen was veel groter dan de problemen die ik thuis zou hebben als ik met de bus thuis zou komen. Maar eigenlijk deed ik het voor de bejaarden in Oudtshoorn. Ik gunde ze echt een nieuwe bus……..ahum.

In 6 maanden reden we zo’n 14.000 kilometer door Zuid Afrika. Tussen de olifanten, op het strand en over de nu afgesloten Swartbergpas. Een aantal jaar geleden besloten we de bus naar Nederland te halen maar op weg naar de container in Kaapstad liep de motor in elkaar. Jaren stond de bus met de motor op de achterbank in een tuin en meerdere pogingen haar te laten maken mislukte jammerlijk.

Totdat ik een expert vond die de bus fikste en veilig voor me bewaart als ik 7 juli weer naar ZA vertrek. De eerste dagen ga ik proefrijden en later komt de hele familie om na 13 jaar met z’n vieren weer kilometers aan de verkeerde kant van de weg te rijden.

If you can’t leave. Go back.

Busje. We komen zo.

 

New, now, here

6 Jun

newnowhere.001

NOMA is een heel goed restaurant in Kopenhagen. Ik heb er zelf nog nooit gegeten maar mensen die er verstand van hebben wel en zij verkozen het meerdere malen tot beste restaurant ter wereld.

De afgelopen week heb ik twee docu’s gezien over NOMA.

https://www.npoplus.nl/play/3doc/2017-05-25/KN_1690542/303176

https://www.npo.nl/3doc/18-05-2017/KN_1690535

Nieuwsgierig naar hoe zij zo goed zijn en blijven. Wat zijn de ingrediënten van hun succes?

Afgezien van dat het allemaal gemotiveerde, kundige professionals zijn die onder  leiding van Rene Rezepi op de toppen van hun creatieve tenen lopen, is de zaterdagavond de basis van hun constante vernieuwing.

Op zaterdagavond wordt het personeel uitgedaagd om met nieuwe recepten te komen. Volgens drie simpele regels:

  1. Nieuw
  2. Lokaal
  3. Nu

Een vrijwillige poging tot het overwinnen van overbodige obstakels.

Is het nieuw?

Is het van hier?

Groeit het nu?

Vervolgens wordt het gerecht door iedereen geproefd en besloten of het op het menu komt of misschien nog een beetje moet worden aangepast. In presentatie bijvoorbeeld.

En dan kan het zomaar gebeuren dat je gefrituurd sperma op je bord krijgt. Of mieren op je garnaal.

Lekker.

 

 

 

 

BKE RENE

3 Jun

BKErene.001

Het is 6.08 en ik zit aan de eettafel met een dubbele espresso. Ik was al om 5.43 wakker net als gisteren (05.14) en donderdag (05.18) vroeg dus. Vandaag is het zaterdag. Een bijzondere zaterdag want vanavond ga ik met mijn goede vriend Daniel naar de opening van ‘s-werelds grootste Mondriaan tentoonstelling ooit. Misschien ben ik onbewust toch een beetje nerveus. De dresscode is namelijk ‘a touch of red, yellow, blue’.

Tijdens mijn Marie Kondo opruimactie heb ik met mijn rode Boss pak in mijn handen gestaan en gevoeld of ik blij werd van mijn rode Boss pak. Blij is niet het goede woord. De emoties gieren door mijn lijf als ik alleen al aan mijn rode Boss pak denk. Ik droeg het tijdens de begrafenis van mijn moeder die daar waarschijnlijk trots van had gezegd ‘die Cor he, wat een droge’. En ik droeg het tijdens mijn Pecha Kucha tijdens de master kunsteducatie waarbij ik, staand in mijn rode Boss pak met het hart in mijn keel 6 minuut 40 mijn mond hield met achter mij op het scherm een groot rood vlak waarvan de schaduw in 20 stappen van rechtsboven naar linksonder verschoof. (een Pecha Kucha is een presenattievorm waarbij je verhaal doet ondersteund door 20 plaatjes die elk 20 seconden blijven staan. Het enige wat ik gezegd had was dat “Cor Noltee helaas niet aanwezig kon zijn).

Maar ik dwaal af. Want ik denk toch niet dat dat de reden is waarom ik hier zo vroeg zit te typen op mijn vrije zaterdagochtend. De reden dat ik hier zit te typen is Rene van Kralingen. Rene is mijn docent in de BKE training die ik volg als docent aan de Hoge School voor de Kunsten in Utrecht. De BKE training is een cursusonderdeel van de didactische training die ik, moet, volgen. Moet, moet……ik heb natuurlijk een keus maar ondanks het feit dat ik een master in kunsteducatie heb en al 10 jaar uitstekende feedback van studenten, docenten en mijn directeur ontvang, heb ik geen didactische aantekening. Ik ben zo’n praktijk geval dat het onderwijs is ingerold. In 2006 vroeg een collega van het reclamebureau waar ik werkte of ik voor hem wilde invallen. Of ik een college wilde geven over ‘Inspiratie’. De avond voor het college ben ik toen met mijn camera voor mijn boekenkast gaan staan en trok er half de boeken uit waar ik ter plekke, weer, geïnspireerd door raakte. Ik fotografeerde de covers en zette deze in een Keynote en liet die zien met mijn verhaal wat mij zo inspireerde in die boeken. Die avond na het college stuurden drie studenten Gabrielle Kuiper een mail, of ik geen les kon komen geven op HKU. De ochtend erna belde Gabrielle Kuiper dus met die vraag: “Cor, zou je les willen geven op HKU?” Dat wilde ik wel. Je moet wat als werkloze waterbakker. Dat lesgeven bestond uit 6 colleges van 90 minuten aan tweede jaars HKU Kunst en Economie studenten. Ik deed dat op basis van het boek van Daniel Pink, “Een compleet nieuw brein”, dat ik toen aan het lezen was en sindsdien op de verplichte literatuurlijst staat van HKU. Dat kwam heel goed uit want in dat boek beschrijft Pink de 6 rechter hersenhelft vaardigheden die wij hier in het Westen moeten ontwikkelen om producten en diensten te ontwikkelen die mensen emotioneel raken;

1. Empathie, je kunnen inleven

2. Symfonie, combinaties kunnen maken

3. Verhaal, een verhaal kunnen maken

4. Design, niet alleen iets dat werkt maar ook iets moois kunnen maken

5. Humor, spel en plezier kunnen inzetten

6. Zingeving. Betekenis kunnen toevoegen.

Zo bracht Daniel Pink me via een TBWA\ collega, Gabrielle Kuiper en enkele geïnspireerde studenten op het podium van de grote zaal van HKU Kunst en Economie. Elf jaar later zit ik op zaterdagochtend uit te leggen over het hoe, wat, waarom, wanneer en wie van de BKE.

Maar ik dwaal af…..weer. Sorry Rene.

Ja. Ik schrijf deze post namelijk voor Rene van Kralingen. Want Rene is de hoofdreden dat ik hier zon enthousiast zit te schrijven. Rene gaf me gisteren namelijk feedback op het document dat ik ingeleverd had om mijn BKE te halen. De Basis Kwalificatie Examinering (BKE) leidt docenten op tot toetsexperts die het antwoord hebben op deze en andere complexe toetsvraagstukken;

“Is mijn voldoende wel echt een voldoende?”
“De toets is heel slecht gemaakt, hoe kan dat nou?”
“Hoe kun je de redenaties en argumentaties van studenten toetsen?”
“Mijn collega is veel soepeler in haar beoordeling dan ik. Hoe kunnen we op één lijn komen?”

Tijdens de BKE komen de volgende onderwerpen o.a. aan bod:

  • Toetskwaliteit: toetscyclus, kwaliteitsborging, indicatoren van kwaliteit
  • Toetsvormen: schriftelijk, praktisch, mondeling, eindwerkstuk, assessment
  • Alignment: toetsprogramma, toetsbeleid
  • Instrumentarium: rubric, normering, toetsmatrijs

En na afloop kun je:

  • De kwaliteit van de eigen toetspraktijk en gebruikte werkwijzen screenen
  • Een weloverwogen keuze maken voor geschikte toetsvormen
  • Een bij eindvereisten passend toets- en beoordelingsplan opstellen
  • Toetsen en andere beoordelingsinstrumenten ontwerpen en samenstellen
  • Methoden voor resultatenanalyse, cesuurbepaling en toetsevaluatie in de praktijk gebruiken

Docenten en medewerkers onderwijsontwikkeling bij HKU moeten een BKE halen. Dus ook ik. En bij het woordje ‘moeten’ gebeuren er rare dingen in het hoofd en lijf van Cor Noltee. En dat is precies wat Rene heel goed begreep toen hij me gisteren telefonisch aanhoorde en vragen bleef stellen. Zijn opmerking ” je moet het gewoon opschrijven zoals je het nu tegen mij vertelt”, was precies de juiste snaar. Of was het dat ik Rene gewoon een hele aardige vent vind en hem heel hoog heb staan. Laat ik weer niet teveel afdwalen. Het is zaterdagochtend 06.52 en Cor Noltee schrijft aan zijn BKE geïnspireerd door Rene.

College’s duren bij HKU meestal 90 minuten met soms een pauze na 45 minuten.

Even pauze dus.

07.05

Zo. Dubbele espresso. Daar gaan we weer.

De BKE bestaat uit een aantal bijeenkomsten waar je heel praktisch aan de slag gaat met de theorie. Je gebruikt een eigen onderwijs situatie waarbij je de opgedane kennis inzet om de toetsing ervan te verbeteren.  Ik gebruik daarvoor de module ‘UNDESIGN’. UNDESIGN is een 4 daags programma voor alle 280 eerstejaars HKU Kunst en Economie studenten die vorig jaar in juni voor het eerste plaatsvond. En hoe dat ontstaan is zal ik even toelichten. Nadat ik part time aan de slag was gegaan naar aanleiding van mijn inspiratie college werd ik gevraagd of ik wilde invallen voor het vak Creativiteit en Concept voor eerstejaars. Het vak bestond uit hoorcollege’s aanvullend op het boek Creativiteit Hoe?Zo! van Igor Byttebier. Elke week een college van 90 minuten. Vooral veel zenden en weinig interactie. Da’s ook best lastig met ruim 200 studenten in een zaal…..dacht ik toen. Maar wat ik veel storender vond was dat het ritme van 6 weken elke week 90 minuten college waarbij het gevraagde ‘huiswerk’ (hoofdstukken lezen en opdrachten doen) lang niet door iedere student werd gedaan. Lang niet betekent eigenlijk bijna helemaal niet. Mijn conclusie toen was dat je het vak Creativiteit toch echt moest Doen en dat die week ertussen je uit de Flow van het Doen haalde. Toen ik een jaar later weer voor het vak werd gevraagd, heb ik vriendelijk bedankt waarop Gabrielle Kuiper me vroeg “maar hoe zou jij het doen dan?”.  Tien jaar van proberen, ontwikkelen, falen en veel energie, vooral met HKU collega Danielle Cuppens hebben geleid tot een van de 5 competentiegebieden Art and Creation (A&C) . Deze competentiegebieden stellen de afgestudeerde KE-professional in staat om sociale, economische of culturele (meer)waarde te leveren zowel binnen als (bijvoorbeeld in crossover situaties) buiten de bestaande culturele waardeketen. De competentiegebieden zijn onderverdeeld in een hoofdfase (jaar 1, 2) en de specialisatiefase (jaar 3, 4). UNDESIGN, aan het eind van jaar 1, is onderdeel van de hoofdfase van Kunst en Economie.

Zijn jullie er nog?

HKU, Kunst en Economie, Jaar 1, 5 competentie gebieden, Art and Creation:

Schermafbeelding 2017-06-03 om 07.45.30.png

Het  deel “De student is in staat om strategische samenwerkingsverbanden, waar ontwerpers en makers onderdeel van uitmaken, ten gunste van de optimaliering van creatieve en zakelijke processen (waardecreatie en/of co-creatie) te ontwerpen en te realiseren.” leren de studenten niet tijdens UNDESIGN. Echter de case waarmee de studenten aan de slag gaan bij UNDESIGN is wel een prachtig voorbeeld van een strategisch samenwerkingsverband. Dit jaar gaan de studenten weer aan de slag met de  Refugee Challenge van What Design Can Do die vorig werd geïntroduceerd;

Vluchtelingen die asiel zoeken in een gastland zijn beperkt in hun mogelijkheden. Zij hebben geen toegang tot werk, weinig of geen geld en beperkt in hun bewegingsvrijheid. Families zijn uit elkaar gerukt en asielzoekers leven onder moeilijke omstandigheden met geringe mogelijkheden tot het creëren van een persoonlijke levenssfeer. Zelfs als, na maanden of jaren wachten, asiel wordt toegekend, moet de echte integratie nog op gang komen. Je ‘mens’ voelen is uitermate moeilijk onder deze omstandigheden.

Deze fundamentele uitdaging is onderdeel van de wereldwijde What Design Can Do Refugee Challenge, een gedeelde ontwerpwedstrijd door design platform What Design Can Do, UNHCR en de IKEA Foundation.

Ik was op de Challenge gestuit via een goede relatie van mij; Marie de Vos die toentertijd als design researcher werkte bij STNDBY in Amsterdam. Marie heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de What Design Can Do Refugee Challenge en met name in het verzamelen van inzichten en in het kaart brengen van de behoeften van de verschillende stakeholders in het vluchtelingen vraagstuk. En dat was precies het onderdeel wat in voorgaande jaren te veel tijd kostte voor de leerlingen om zelf te doen en ook een vaardigheid betrof die ze nog niet geleerd hadden. Toen Marie me uitlegde dat de What Design Can Do Refugee Challenge bestond uit de resultaten van hun onderzoek verwoord en verbeeld in 5 briefs vroeg ik of de challenge mocht gebruiken als basis voor mijn UNDESIGN seminar en Marie jurylid wilde zijn en de stoplotion filmpjes van de 40 groepen studenten aan het einde van de week wilde beoordelen. Dat wilde ze en het leek me verder een goed idee als ik het voorhanden materiaal eerst zelfde testte. Dat deed ik met een tweetal groepen Master Crossover Creativity studenten in de rol van facilitator en vervolgens als deelnemer in een sessie in Amsterdam waarbij Marie de facilitator was. Zo had ik het programma van twee kanten kunnen ervaren en evalueren. Mijn conclusie was dat de What Design Can Do Refugee Challenge uitstekend materiaal was en om te bouwen naar een 4 -daags programma voor alle 280 eerstejaars HKU Kunst en Economie studenten waarbij deze aan het eind van UNDESIGN

“In staat is om met gebruikmaking van creatieve tools te komen tot een dienst, product, concept of bedrijf dat sociale, economische of culturele (meer)waarde genereert en zet daarbij zijn gedegen kennis en ervaring met branding en storytelling in.”

Het is nu 8.26

Tijd voor een pauze.

Het is 09.10 Een banaan, sinaasappel, citroen, sla, spinazie en kiwi shake en een goede evaluatie met mijn vrouw over gisteravond en daar gaan we weer.

Met de What Design Can Do Refugee Challenge had ik prachtig, zelf geteste “creatieve tools om te komen tot een dienst, product, concept of bedrijf dat sociale, economische of culturele (meer)waarde genereert.”

Marie tipte me nog op een mooie film “Welcome”;

Kurdish teen Bilal (Firat Ayverdi) has traveled all the way to the north of France in the hope of reuniting with his girlfriend in England. To get around a legal technicality, he decides to swim across the English Channel — even though he’s unable to swim. Simon Calmat (Vincent Lindon), the local swimming instructor who is struggling with his own impending divorce, agrees to train Bilal for his grueling journey. The two soon form a strong bond that helps them in unexpected ways.

Ik had haar namelijk verteld dat ik in de aanloop en op de eerste dag van het 4 daagse UNDESIGN programma de studenten echt wilde onderdompelen in de context en emotie van het vluchtelingen vraagstuk. Een week van te voren stuurde ik de studenten (en 6 HKU begeleiders) deze mail:

“Dag Toekomstige Vluchteling,

Volgende week gaan we aan de slag met de What Design Can Do Refugee Challenge. Hiervoor hebben jullie van Ineke van den Berg al het programma ontvangen.
Voor een goed verloop van de week is het belangrijk dat jullie een aantal zaken voorbereiden. Het programma is zo ontworpen dat het NOODZAKELIJK is dat je deze voorbereiding doet. Goed doet. Met aandacht. Mede omdat je in teams werkt en je zonder goede voorbereiding je op voorhand je team op achterstand zet.
Hoe ziet die voorbereiding eruit?
1. Hier vind je meer informatie aan over het project.
Kijk niet naar de data. Die gelden niet voor ons.
Lees het document.
2. Hier staan de 5 Briefs:
Maak een keuze uit een van de 5 Briefs en lees vervolgens deze Brief GRONDIG door. Print deze uit en neem hem mee dinsdag mee. Deel van de kennismaking van je team is delen welke brief je hebt gekozen en waarom. Uiteindelijk kies je als team 1 brief waar je mee gaat werken. Dus nogmaals. Het is belangrijk dat je weet welke Briefs er zijn en, dat je er een gekozen hebt…….en heel goed hebt gelezen. Het geeft je namelijk de noodzakelijke basis en verdieping in de opdracht en maakt het vervolg een intensere leer-en team ervaring.
3. Je vluchtelingen plastic tas.
Dinsdag neem je een plastic tas mee waarin de spullen zitten die je mee zou nemen als je NU zou moeten vluchten. Ja NU. Niet morgen of straks. Nu. Je staat in je huis en moet bepalen wat je meeneemt. Je hoort een Tank de straat in denderen. Je hebt 2 minuten. Wat neem je mee? Je teddybeer? Je oude kroel? Het horloge van je opa dat ie op zijn sterfbed aan je gaf? WAT NEEM JE MEE.
De inspiratie voor dit idee komt van:
Deze voorbereiding is veel werk. Dit doe je niet in een uurtje. Het kost je zeker een halve dag. Die hebben we in het rooster ook ingepland….op maandag. Het fijne wel is dat je het ook de komende dagen kunt doen wanneer JIJ wil, waar je wil. Op het strand, in de trein, op bed, de hangmat, de sauna.
Geniet nog maar even van je vrijheid. Dinsdag is het voorbij 🙂 Dan krijg je vluchtelingen paspoort en staan de What Design Can Do Coaches je op te wachten bij de ingang van het vluchtelingenkamp…..to help YOU to make a DIFFERENCE.
We kijken ENORM uit naar volgende week. Een geweldige kans om onze Kunst en Economie in te zetten om een waardevol verschil te maken.”
De oproep aan de studenten voor het vullen van hun vluchtelingen plastic tas inspireerde de coaches tot schrijven van verhalen en foto’s van hun tassen:

Via radio 1 en twitter heb ik het gezien, maar kan het niet geloven: Utrecht is al bezet. De tanks trekken naar het zuiden en zijn dichtbij. In de verte kan ik ze al horen, het is onheilspellend. Ik weet dat we straks het getril in de straten zullen voelen.

Ik roep de kinderen om nu meteen hun stevigste schoenen aan te doen, en om een trui en regenjas aan te doen. Ze moeten het rugzakje pakken dat ik vorige week al heb klaar gezet. Dat deed ik toen in feite om het lot te bezweren, maar nu is er geen ontkomen meer aan. Hun tandenborstels had ik erin gestopt, verder nog niets. En een aantal strippen medicijnen voor onze middelste  dochter, anders redt ze het alsnog niet. Pak ieder een waterflesje mee en vul het, snel!
En ik? Mijn goeie schoenen, het zakmes, de oude zwarte wollen legertrui van mijn vader waar nog wat van zijn grijswitte haartjes uit de wol steken, mijn regenjack, een foto van ons gezin van vlak na Tiba’s transplantatie – toen leefden we dóór na die enorme beproeving, met zijn vijven, dus nu lukt het ons vast ook. Die foto zal me herinneren aan bovenmenselijke kracht en wat wij samen kunnen.
Twee boekjes die door mijn voorouders zijn geschreven, omdat ik die altijd om me heen voel, en omdat de Romantiek uit hun verhalen nodig zal zijn om mij er doorheen te slepen in barre tijden.
Zelf moet ik ook schrijven, dus een schrift met pen.
Een usb stick met foto’s van betere tijden.
Mijn paspoort.
Twee plastic tasjes, waarvoor eigenlijk?
Een waterfles. Ik kan hem niet meer vullen. We moeten opschieten.
plastictas
Vervolgens ontvingen de 6 coaches 1.Workshop Manual LowRes waarin het proces en alle materialen in stonden. De studenten ontvingen deze via mail aan het eind van de eerste dag om ze niet teveel info aan het begin van de module te geven.
Het programma voor de week zag er als volgt uit:
Schermafbeelding 2017-06-03 om 09.50.47
Met dank aan rots in de rooster branding Ineke van den Berg.
Korom de eerste dag (dinsdag)  onderdompeling en kennismaking met elkaar en de coaches. En woensdag en donderdag in de ochtend uitlegcollege waarin stap voor stap het door de studenten reeds ontvangen workshopmanual werd toegelicht en uitgelegd. Vervolgens gingen studenten zelf aan de slag en kwamen de coaches op vooraf gecommuniceerde tijden bij de groepen langs om ze begeleiden (niet beoordelen)
Schema voor woensdag en donderdag:Schermafbeelding 2017-06-03 om 09.56.13
Het is 10.00
Ik voel een pauze aankomen.
Pauze.

Verdraagzaamheid

2 Jun

verdraagzaamheid.001

“Ik heb met Kunstgrepen niet bedoeld dat het over kunst ging. Ik heb met Kunstgrepen bedoeld dat het over verdraagzaamheid ging. Ik heb vanaf de eerste uitzending altijd voor mezelf ook geweten dat het daar niet over ging maar dat inderdaad ging over die verdraagzaamheid. Dat het gaat over het vreemde dat je tegenover je krijgt, het rare, het schijnbaar…..onbegrijpelijke en dat je je best zou kunnen doen om je daar eens in te verdiepen. En dat bedoel ik met al die schilderijen, al die dingen die ik heb laten zien. Die duizenden die ik heb laten zien bedoel ik; dat zijn eigenlijk mensen en je kunt je best doen voor mensen. Daar gaat het eigenlijk over. Kunstgrepen heeft eigenlijk heel weinig met kunst te maken.”

Bovenstaande tekst is van Pierre Janssen uit de documentaire ‘De Kunstgrepen van Pierre Janssen’

https://www.npo.nl/andere-tijden/08-04-2017/VPWON_1267528

Ik vond het zo mooi verwoord dat ik het met mijn iPhone opnam en nu met jullie deel. Het was namelijk precies wat ik zelf voelde toen ik tijdens een training Visual Thinking Routines getest werd op mijn verdraagzaamheid. De training was twee dagen en ik was de enige man tussen 11 vrouwen. Ja er mag best wat meer testosteron in het kunsteducatieve domein. Enfin. De training was als volgt  opgebouwd; in de ochtend theorie en oefenen en in de middag naar het museum en zelf aan de slag. Donderdag het Rijks en vrijdag het Stedelijk. En dat werkte uitstekend. En vooral omdat ik me op een gegeven moment een zeer onverdraagzame en ongeduldige puber voelde op het moment dat we naar een foto moesten kijken……een half uur voor de pauze.

A View from an Apartment 2004-5 by Jeff Wall born 1946

De foto werd geprojecteerd op de muur.

Mijn eerste reactie was, “ok een foto van een appartement met uitzicht op een haven. Zullen we nu lunchen?”

De gemiddelde kijktijd van 9 seconden die er naar kunst in een museum wordt gekeken, haalde ik niet eens. Bij lange na niet. Na 5 seconden had ik ik het al gezien.

Maar ik kreeg ruim 2 minuten de tijd om te kijken en op te schrijven ‘Wat je zag’. Ik was blij dat mijn mobiel in mijn tas zat want ik voelde een onbeheersbare drang om me online te verbergen. Ik bedacht me dat dit nu precies het gevoel moest zijn van menig museumbezoeker. Een ‘ik ben niet de enige’ gedachte verbond me met de grote groep ‘onverdraagzamen ’. Ik besloot me over te geven aan de opdracht en op te schrijven wat ik zag.

Vervolgens deelden we onze observaties met elkaar en werden ze centraal op een flip-over gezet. En het mooie was dat ik meer zag door de observaties van de anderen die andere dingen waren opgevallen. We waren inmiddels bijna 10 minuten aan het kijken en delen. Mijn ongeduld was omgezet in een oprechte nieuwsgierigheid naar wat ik allemaal nog meer kon ontdekken en wat de anderen zagen.

In het tweede deel van de Thinking Routine ‘See, Think, Wonder’ neem je een aantal minuten de tijd om na te denken en op te schrijven ‘Waar het over gaat?’ Ook hier weer eerst individueel om e.e.a. vervolgens weer met elkaar te delen. Individueel, samen. Listen, Silent. Eerst het Wat bekijken en dan pas het ‘Waar het over gaat’.

Door ook dit weer na elkaar in alle rust met elkaar te delen, leerde ik dat iedereen andere betekenissen aan de observaties gaf. Wat het kijken een enorme verdieping gaf en me leerde dat je dingen van meerdere kanten kunt bezien en daar dus andere betekenissen aan kunt geven.

De 10 seconden waren inmiddels 15 minuten geworden en ik was benieuwd naar wat de volgende stap zou zijn. De derde stap van deze routine was de vraag ‘Welke vragen zijn er nog overgebleven?’ Zo vroeg een deelnemer zich af of de situatie echt was of in scene gezet. Zo kwamen er meer vragen voorbij waarbij ik dacht “Hoe kom je er op?” of “Wat een goede vraag!”. En steeds weer kijkend naar de foto die inmiddels echt tot leven was gekomen. Het leek of ik in het appartement was en ik als Tita Tovenaar alles en iedereen had stil gezet. Raar maar waar.

Ruim 20 minuten later was ik oprecht teleurgesteld toen de lunch werd aangekondigd.

Mijn ongeduld was omgeduld.

Een hardCOR lesje verdraagzaamheid.

 

Door hand en hart.

7 Mei

handhart.001

Ik ben in mijn hele leven 22 keer verhuisd. Tegen mijn opa schijnen ze een keer gezegd te hebben “Zeg Cor waarom ga je niet in een verhuiswagen wonen.” Als je zo vaak verhuisd bent, zou je denken dat je steeds minder spullen hebt. Ik heb geen idee. Ik weet wel wat ik nu heb en dat is veel. Tel daarbij een 250 m2 open ruimte en je hebt de ingrediënten voor een huis vol. Een huis vol dingen waarvan je van een groot deel geen afscheid kunt nemen. Want het zijn herinneringen, mijn eerste speelgoedauto,  eerste horloge,  eerste racefiets, eerste kostuum, eerste handgemaakte overhemd,……….). Of wat dacht je van de  dingen die ik nu niet gebruik maar zeker nog een keer kan of ga gebruiken. Of de veel grotere groep ‘zonde om weg te gooien’. Tel daarbij de hoeveelheid materiaal die mijn  tweejarige master heeft gegenereerd en 298 LP’s, ruim 400 CD’s en ik zou echt niet weten hoeveel boeken. Is het al vol in je hoofd?

Toen ik afgelopen maart in China was, las ik over de Japanse Marie Kondo. Kondo heeft een adviesbudo ‘dat mensen leert hoe ze hun rommelige huizen kunnen transformeren in ruimtes vol rust en inspiratie.’ En Kondo heeft een boek geschreven waarvan er inmiddels meer dan 4.000.000 van verkocht zijn, las ik in een magazine op zaterdagochtend in Shanghai. Ik schreef de titel van haar boek op in mijn aantekenboekje en bestelde het bij De New Bengel in Dordrecht. Het lag inmiddels al een tweetal weken geduldig op de tafel tussen mijn andere rommel op me te wachten. Vorige week ben ik het gaan lezen en gisteren hebben Kondo en ik de eerste stap gezet naar een ‘opgeruimd en inspirerend huis’. Om mezelf nog meer te inspireren en motiveren keek ik afgelopen vrijdag ook nog naar The Minimalists:

En gisteren was het zover. Op advies van Kondo ben ik begonnen met mijn kleding. Ik heb al mijn kleding eerst bij elkaar gezocht en op een hoop gegooid. Vervolgens heb ik elk kledingstuk vast gepakt, het goed bekeken en gevoeld of ik er blij van werd. Als ik er blij van werd hing ik het netjes op een van mijn houten hangers (ik kocht een tijd geleden al 50 hangers). Werd ik niet direct blij van het kledingstuk en begon mijn Bewaar Kabouter redenen op te sommen waarom ik het TOCH zou moeten bewaren, ging het resoluut op de hoop ‘WEG’. Kondo legde me uit dat ik mijn mobiele kledingrek van zwaar naar licht moest inrichten. Dus zware dingen links en lichte dingen rechts.

Twee uur later was ik klaar en verlicht.

Vandaag zijn mijn boeken aan de beurt. Eerst allemaal op de grond en dan een voor een in mijn hand en door mijn hart.

%d bloggers liken dit: